
- wie en waarom ?
- de ontdekking
- de diagnose I
- de diagnose II
- de chemo I
- de chemo II
- de chemo III
- de chemo IIII
- de chemo V
- artsen/ziekenhuis
- de chemo VI
- de tussenfase en...
- de beslissing
- de operatie
- de bestralingen
- de herceptin
- de hormoonkuur
- de controle
- de overgang
- verwerking
- gedachten/gevoelens
- over onze kinderen
- De afsluiting
Zoeken op de site:
» de operatie
Ik heb vanmiddag een telefoontje uit het ziekenhuis gekregen. Op maandagochtend 8 mei is het zover. Dan word ik geopereerd en verlaat mijn linkerborst mij en hopelijk de kanker erbij.
____________________________________________________
Goed, hier volgt mijn verhaal. Mijn beslissing mijn borst te laten amputeren was genomen. Ik was eerst erg opgelucht. Maar toen sloop de angst terug in mijn systeem. Dit keer niet voor de kanker. Dit keer voor de operatie. Ik heb als klein meisje een keer in het ziekenhuis gelegen, wat ik afschuwelijk vond, nog jaren erna had ik daar last van. Ik associeer het met een intense eenzaamheid. Van binnen groeide een opkomende paniek.
Na het bezoek bij de internist voor de pre-operatieve screening liep ik naar huis. De zon scheen en ik passeerde het grote viaduct dat als een boog over de weg naar de woonwijk beneden spant. Het voelde alsof ik ook een andere poort doorging. Ik keek omhoog en zei tegen mama dat het goed met me ging. Ik heb gehuild, toen.
De dagen erna was het afwachten. En ik dacht nog wel dat ik even vakantie zou hebben van alles, nou, niet dus. Wachten werd het. Het wordt ergens rond de 20e mei, zeiden ze.
Koninginnedag verstreek en was een prettige afleiding.
Dindsag 2 mei kwam het telefoontje; ik moest mij op 8 mei melden, om half tien.
O goed. Geweldig. Vreselijk. Help. Aftellen nu.
Het plan was om sowieso de rest van de week naar mijn zus op de camping te gaan met mijn andere zus en de kinderen erbij. Dat was nu helemaal de perfecte gelegenheid geworden om dat te doen.
De dagen samen waren heerlijk, gesteund door het mooie weer. Mijn zussen en ik, met de kinderen. Praten, wijntjes, fietsen, strand, tutten, lezen en vooral sámen zijn.
Ik heb het heel goed.
Dan naar huis, anderhalve dag voor de operatie. Morgen de laatste dag. Samen met twee borsten. Ik trek die dag een decolleté aan. Ik pak mijn ziekenhuistas in en ga naar het huis van mijn vriend. Die avond drink ik whiskey bij het vuur buiten. Ik had nog een slaappil bewaard voor die nacht.
De volgende ochtend werd ik behoorlijk katerig wakker, wat precies mijn bedoeling was.
In het ziekenhuis melden we ons en vriendje schrijft nog even met een geleende stift “DEZE NIET” op mijn gezonde borst. Daarna moesten we wel twintig minuten wachten nadat we waren weggebracht naar de juiste afdeling. Toen we werden ‘ontdekt’ was er geen tijd meer ter voorbereiding en moet ik gelijk naar de OK. Ik had om een rustgevende pil gevraagd en die kreeg ik, operatiehemd aan en in bed. Vriendje was de hele tijd bij me en liep mee zo lang hij mocht. Toen kusten we elkaar gedag op de liefst denkbare manier. Flapdeuren door. En toen kwam ik in de drukte. Ik was al flink sloom maar dat ontging me niet. Overal groen aangeklede mensen en twee ervan kwamen bij mij en prepareerden me voor de narcose. Ik kreeg een infuus en een ruggenprik tussen mijn schouderbladen. Ik moest even wachten op de prikkamer, want de OK was nog niet klaar. Ik heb nog wat gekletst met een meisje over haar opleiding. Ze vroeg me op een gegeven moment of ik al wat geslikt had want ik praatte toch anders. Ik was ook erg ontspannen, prettig. Besef van tijd raakte op de achtergrond.
Een bepaald moment kwam mijn chirurg binnen, héél geruststellend hem nog even te zien voor mijn blackout.
Ik vroeg hem nog wél een mooi litteken te maken...
Toen: rijden naar de operatiekamer. Hé, daglicht. Wat is het er koud, zeg. Wat een smal bedje is dat. Wie zijn die mensen allemaal? Een computer in de OK. Mutsen, ik ook. Waarom? Ik ben nog bijna kaal! Dan worden mijn armen opzij gebonden, ik lijk op een liggende T.
Ik kijk naar rechts en de anasthaesist (denk ik) vertelt me dat hij via het infuus de eerste pijnstiller toedient. Ik krijg een zuurstofkap voor en moet diep inademen om de eerste minuut ofzo na de narcose mijn zuurstofpeil goed te houden. Het is het laatste wat ik actief zal doen.
Dan zegt de man bij het infuus dat-ie de narcose gaat toedienen, ik wil gaan aftellen. Eén,……………………niets meer.
Ik open mijn ogen en alles is geel in plaats van groen. Geen daglicht meer, maar lamplicht.
Hè? O. Ik tast naar mijn linkerborst. Weg. Verband. Oef, het is voorbij gelukkig. Goddank de goeie kant. Oh! De kanker is weg! Een diepe ontspanning volgt.
Zooo, ben je wakker? Dan kan je terug naar de afdeling. Wat doet dat rare ding in mijn neus? O,dat is wat extra zuurstof, die mag er nu wel uit. Plop, en weg is het. Nu heb ik nog maar twee slangetjes, een infuus en mijn ruggeprik, die blijft er namelijk in als pijnstiller voor de komende tijd op zaal. Later ontdek ik nog een derde slangetje, mijn drain vanuit mijn oksel om het wondvocht weg te voeren.
En ik word weggereden. Ik zeg: Laat mijn vriend weten dat ik wakker ben zodat hij kan komen. Op de gang komt vriendje al aangehold; ach, hij weet het al. Hai lieverd, hoe is het? vragen we elkaar. Ik ben zo blij hem te zien…
Zo, geinstalleerd op een tweepersoonskamer. Ik ben zo sloom als wat en heb volstrekt geen pijn. Wat een heerlijk bed. Formidabel.
Vriendje zit naast me, kijk lieverd, ze is weg. Ik kijk oor het eerst naar het verband met hem. Slechts een grote pleister! Ik had mijn halve linkerkant onder het verband verwacht, goh, wat viel dát mee..de wond is ook mooi schuin…
Eigenlijk zo’n beetje als ik gehoopt had.
Beter nieuws kreeg ik er nog bij: mijn okselklieren zijn niet weggehaald; ze bleken schoon! Dat is fantastisch, die chemo heeft goed werk verricht daar. Maar echt he-le-maal schoon?? Ik heb me er later bij de chirurg nog wel even van laten vergewissen..
Naast me een spuit met morfine die automatisch toedient wanneer nodig. Ik heb inderdaad helemaal geen pijn. Mijn ogen vallen voortdurend dicht. Op een gegeven moment is vriendje weg en zijn mijn ouders er. Ze zijn erg ontroerd. Ik ben erg blij ze te zien. Mijn ex komt ook langs met mijn dochter. Ze wilde met alle geweld komen. Heerlijk. Ik ben wakker, dat wel, maar alert nog niet zo. Ik blijf maar in slaap vallen, wat me overigens héél goed bevalt.
De volgende dag wordt de pleister vervangen en zie ik de snee voor het eerst. Ik ben erg onder de indruk van het geheel. Dat ze dat zomaar kunnen, een borst eraf halen van een lijf, het heeft iets high-technologisch. Dat is het in feite ook. Ben ik verdrietig? Het valt mee.. ik ben vooral opgelucht dat het gebeurd is en dat de kanker is weggesneden. Ik voel me schoon.
Dat is de beloning voor dit besluit.
Een vreugdedans maak ik echter niet. Later, in de spiegel staar ik naar mijn linkerkant. Ik ben nu zichtbaar één van hen. Dit is voor altijd. Ik heb me mentaal omgedraaid en kijk naar daar waar ik al een tijdje thuishoor: Het leger van de Amazones.
Ik hoor ergens bij, maar ik ben nu altijd anders dan de omgeving die ik gewend ben en van wie ik houd.
Nu wordt het teruggroeien in mijn hart.
Ik mag de dag ná de operatie al naar huis, maar dat wil ik helemaal niet. Ik lig heerlijk daar. Geen drukte, geen verplichtingen, een héérlijk bed die je in elke stand kunt zetten, oh nee, ik lig hier prima! Gelukkig hoeft het ook niet, ik mag blijven totdat de drain eruit moet, als ik wil. Mooi!
De volgende dagen verliepen erg rustig: Vriendje komt twee keer per dag even aan, dat is leuk! Voor de rest alleen maar familie, wat ik erg prettig vind.
De chirurg komt af en toe langs, één keer heel laat, na een dag hard werken. Hij gaat even zitten en we kletsen wat. Dan moet hij gaan, zijn kind van haar clubje halen. Wat hebben deze mensen het druk…steeds meer kanker, steeds méér werk..
In de tussentijd lees ik! En kijk ik elke keer omlaag naar links.. het gaat best goed.
Woensdagmiddag (of was het donderdag?) krijg ik mijn eerste prothese. Ik loop te hannesen voor de spiegel met dat ding en het lukt niet echt goed, het ziet er ook raar uit. Dan huil ik voor het eerst. Is dit het nou voortaan? Mijn lief troost mij…
De drain vult zich nog steeds met vocht. Zolangzamerhand wil ik wel weg. Dat gaat waarschijnlijk de volgende dag ook gebeuren. De laatste nacht slaap ik slecht.
Vrijdag: de chirurg geeft mij groen licht, de drain mag eruit! Een half uur later heb ik gepakt en neem afscheid.
Ik verras mijn vriend; ik kom met de bus.
En dan ben ik terug in de grotemensenwereld. Ik voel mij totaal niet op mijn gemak. Ik steek tóch een sigaret op. Op één of andere manier maakt me dat minder eenzaam..Wat is dat toch met dat roken???
‘s Avonds gaan we uit eten. Ik heb angstvallig mijn prothese aan. Ik voel ineens weer dat ik ultrakort haar heb. Ik voel me abnormaal en onveilig. Ik zeg mezelf dat ik totaal niet opval.
De komende dagen blijf ik in het huis van mijn vriend, ik voel me mentaal erg wankel.
Vriendje had intussen hard aan zijn huis gewerkt, en het zag er goed uit. Hij bleef ook die dagen bezig en dat was goed, ik voelde me in stilte machteloos. Mijn leven stond stil en om mij heen ging alles door. Ik was de draad even kwijt.
Maar huilen ho maar.
Maandag voor het eerst weer boodschappen gedaan, kado gekocht voor mijn lief. Een beertender, voor achter op zijn terras.
Dinsdag voor het eerst weer mijn dochter gehad. Na school naar ballet. Daarna eten en drinken bij een vriendin, kind mee, alles voelt als de eerste keer ná…en het is oké zo.
En zo kwam ik terug op aarde.
Vrijdag de 19e moest ik mij melden bij de radiotherapeut voor controle en het aftekenen van het bestralingsgebied. De wond ziet er heel goed uit; de operatie is pas anderhalve week geleden! Ik ben ervan overtuigd dat de Iscador hierin een rol speelt..
de radiotherapeut weet mij de uitslag van de snijranden te vertellen: ze zijn niet helemaal schoon. Wat bedoelt de patholoog daarmee?
Ja, zegt ze, dat betekent dat er in de lymfevaten van je borst nog losse kankercellen zijn aangetroffen en dat de patholoog anatoom dus niet kan zeggen of ze al dan niet kunnen worden aangetroffen in de lymfevaten buiten de borst. O. En nu? We gaan dus gewoon bestralen. Vijfentwintig keer. O? Heb ik dan geen boost op het litteken nodig? Vind ik niet nodig. Bovendien kunnen de bij-effecten dan heel vervelend zijn.
Het is natuurlijk wel zo dat mijn linkerkant bestraald wordt, dus mijn hartstreek. Bovendien ga ik ook weer Herceptin krijgen en dat kan het hart óók negatief beïnvloeden. Hmm. Ja. Ze zal het wel weten. Dat vijfentwintig keer voldoende zou zijn vind ik ook wel bemoedigend. Dat is volgens mij een standaardaantal dus die niet-schone snijranden is dus niet zó erg…kennelijk.
En dan…aftekenen. Dat duurde ongeveer een uur en vriendje mocht daar niet bij zijn. Het was ook oersaai en koud!! Een uur met ontbloot bovenlijf onder de airco!
Goed, en daarna zat ik dus onder de lijnen. Ik kon waarschijnlijk pas over een week voor het eerst bestraald worden, dus die lijnen zaten een week voor Piet Snot op mijn lijf.
Mijn verontwaardiging groeide. Ik wist wel dat dat volstrekt irrationeel was maar ik voelde mij in mijn waardigheid aangetast! Eerst mijn borst eraf halen en nu meteen alweer alles volkalken met inkt. Bah! Het is genoeg geweest! Blijf met jullie tengels van mijn lijf, verdomme!
Dit is voor het eerst dat ik kwaad werd van binnen. Ik voelde me letterlijk en figuurlijk aangetast.
In de tussentijd hadden we ook nog een afspraak met APK, alledrie de artsen. Prettig, want ik wilde van de internist nu wel weten wanneer we verder konden gaan met de Herceptin en de hormoontherapie. Ik voel toch wel sterk de behoefte om binnen afzienbare termijn mijn eierstokken te laten verwijderen en aan de Arimidex te gaan, in plaats van de Tamoxifen. Dat schijnt bij her2neu overexpressie (wat ik dus heb) veel minder effectief te zijn.
Afijn, die afspraak had het ziekenhuis geannuleerd, zo bleek de 23e mei. Wat raar. Uiteindelijk na een uur wachten zagen we dan in ieder geval de chirurg. Die maakte mijn wond leeg van wondvocht (moet zo ongeveer ééns per week) en probeerde me wat af te remmen wat betreft de eierstokverwijdering. Toch wil ik dat graag doen over een paar maanden. Het was prettig hem te kunnen vertellen dat ik in de rouw ben over het verlies van mijn borst, ook al ben ik erg tevreden over het werk dat hij heeft verricht.
Ik wil graag dat hij weet wat het voor mij betekent.
Hij stelde mij ook gerust wat betreft het niet helemaal schoon zijn van de snijranden. Het was niet vergeven van de kanker, daar, maar enkele cellen werden in de lymfevaten binnen de borst nog aangetroffen. Dat betekent dat, ook al kon de patholoog anatoom geen kanker meer ontdekken op de snijranden, dat hij formeel niet kan zeggen dat ze schoon zijn. We praten hier over microscopisch niveau, mevrouw. Ach zo..
Terloops kwam ik erachter dat zo’n arts dus op één ochtend wel meer dan vijfentwintig patiënten ziet.. wanneer éét zo iemand? Goed om te beseffen voor mij. Dit is een mens en geen machine..
Wat een werk…
En nu is het wachten op de eerste bestraling, ik kreeg telefoon, ze beginnen op dinsdag de 30e mei. Eindelijk.
wordt vervolgd...
[ terug... ]

Dames opgelet !
- Onthoud één ding: Het kan zijn dat je iets voelt in/aan je borst dat je niet zint en ze vinden niks op een mammografie en/of een echografie.
Dat wil niet zeggen dat je schoon bent. Om dat uit te sluiten is écht een aanvullende MRI-scan of een punctie nodig.
Laat je niet afschepen en bedenk altijd dit: Een afwijking in de borst is kanker tenzij het tegendeel is bewezen.
Volg a.u.b. altijd je intuïtie!
over de diagnose
behandeling
- Deze richtlijnen oncologie
geeft alle recente informatie omtrent (borst)tumoren en de behandeling daarvan. Hij is uitgebreid, informatief en gezaghebbend.
